Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20 DE I,OFZANuii;N
Toont mij uw gedaant,
Alles is gebaant,
Komt tot mij, uw Heer,
Haast krijgt gij uw zielsbegeer. •
2. Z. O kon ik maar ik leg ter neer
En ik kan niet staan;
J, Wel wat is toch uw zielsbegeer? '
Z. Dat gij mij leert gaan.
Jezus zoet, vat gij mijn hand,
Rigt mijn voet, op een stand,
Dat ik
Kome kan, maar o ik schrik,
J. Waarom zijt gij bang,
Ben ik dan zoo strang?
Z. Neen, maar ik onweerd.
Zondig, snood en gansch verkeerd,
3, J Wel ziele wie kwam ooit tot mij,
Die niet zondig was?
Kunt gij u zelven maken vrij,"
Van schuld? spoed u ras.
Z Neen o Heer! ik verderf.
Langs hóe meer, en ik erf.
De smaad.
Van het bitter zonden kwaad,
J. Wie kwam ooit getreen.
Tot mij, die ik heen,
Regt beleden zond,~
En van binnen diep gewond?
4 Z. O Jezus! wie kwaad zoo als ik
Zondig en onrein
'k Heb van mijn eigen beeld een schrik
J Uaarom hebt gij mijn,
En mijn bloed allermeest.
Aan 't gemoed, en mijn geest