Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 19
'k Ben niet met uw deel tevreden,
AI uw zoet is mij maar roet.
7. Mij aangaande, o mijn God!
Weest mijn zalig deel en lot;
Laat ik in en bij u leven,
Boven lucht en boven 't zwerk,
Met de Hemelgeesten zweven,
In 't gezigt van 't hemelwerk,
8. Mij aangaande! o mijn Heer?
Dat zou zijn mijn zielsbegeer.
Maar helaas ik ben tot dwalen.
En tot zwerven om gereed,
Zet mijn hart en tong toch palen,
Anders dwaal ik eer ik 't weet
9. Daarom is mijn hart verblijd,
Dat ik eens na dezen tijd.
Eeuwig Heer u zal aanschouwen.
Leven in volmaakte vreugd,
Vrij van alle druk en rouwe,
In volzalige hemelvreugd.
v/v/n-wx v^^mav:^ \>m/ v>m<\w/\.y w
• Zamespraak tusschen eenef bekommerde
ziel en den noodigenden Jezus, over
de woorden Joh. 6 37,
1. 9de Lied.
Z. Ö Jezus! bron van zaligheid;
Dierbaar rijk en schpon,
Ik werp mij in deemoedigheid.
Neder voor uw troon^
J. Wel wat is 't zegt het vrij,
Dat gij mist, 't is bij mij
Alleen,
Ja bij mij en anders geen.