Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18 DE LOFZANGEN '
Daar men God het hoogste goed,
In zijn ziele mag.genieten,
Mij aangaande al 't verdriet,
Mag dan geen verdriet meer hietea'
AI mijn druk dan henen vliet.
2. mij aangaande als ik 't licht,
Van des Koniugs aangezigt
Mag genieten en aanschouwen,
Als de Heere in mij daaldt,
En zijn geest mij komt bedouwen,
Dan is al mijn druk betaald.
3. Mij aangaande 't Is mij goed,
Wat de wereld zegt of doet,
'k wil hun deel haar. gaarne geven,.
't Is mij wel dat ik gewis,
Weet dat al mijn ziele leven.
Bij den Heer der Heeren is.
4. Mij aangaande, al 't genot.
Dezer wereld, en van God,
En zijn gunst te zijn gescheiden
Mij de keuze voorgesteld!
Zou mijn ziele niet verleiden,
Ja geen banden van geweld.
5. Mij aangaande, 't is mijn lust,
't Is mijn goed en zielerust,
Met mijn God alleen te leven.
En de wereld uit het oog,
Met mijn harte opgeheven,
Van beneden naar omhoog.
() Mijn aangaande, 's werelds kind.
Die uw vreugde en. leven vindt,
In de zond; en ijdelheden,
Ik verkies geen ander goed