Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 17
En anders geen gemaakt, bekend,
8. Gelegd vooral in volheids tijden,
Waarvan reeds lang steeds was vermeld
Wanneer hij door zijn dood en lijden,
Werd tot verzoening vasgesteld.
9. En aan Gods ïegterhand verheven,
Tot Koning Hoofd, en Middelaar
In wien dat alle licht en leven,
Zou zijn voor 'd uitverkoren schaar.
10. Waarom 'd Apostelen met elkand'ren,
Uitriepen als uit eenen mond,
De zaligheid is in geen an'dren
In hem is al uw heil gegrond.
11. O Jezus 'k wil dan op u bouwen
Ach maak mijn ziele regt ontbloot
Van alle gronden van vertrouwen,
Weest Gij 't alleen in nood en dood.
12. 'k Wil mij geheel dan overgeven.
Aan u 0 Jezus en ik weet,
Dat ik dan hier zal veilig leven,
En dood noch duivel mij geen leed,
13. Zal doen of ooit mijn ziele halen,
Van dit gelegde fondament.
Ik weet dat ik zal zegepralen.
En zalig leven zonder end.
Mij aangaande het is mij goed nabij God
te wezen.
Stem: Zoet gezelschap dat met mij.
1. 8ste Lied.
Och wat is dat leven zoet.