Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS 15
Verruim mijn hart; verhoor mijn bede,
En spreek eens tot mijn ziel van vrede. ^
7. Ik denk wel eens, zal dan voor mijn
Uw aanschijn steeds verborgen zijn
Of heeft uw goedheid dan behagen, .
In mijn verdriet en bitter klagen.
8. En niet temin mijn harte Zegt,
Zoekt gij den Heere maar opregt.
Hij zal voorzeker, vroeg of spade,
U zien met oogen van genade.
9. O ja! Hij zegt het in zijn Woord.
Oat hij den wensch des harten hoort
En nimmer tranen zal verachten,
Dus grijp ik moed en zal maar wachten
10 'k Vertrouw daarop uw woord is waar
'k Heb nog geen drie en dertig jaar,
Aan dit Bethesda krank gelegen.
Ik krijg dan ook nog wel een zegen.
11. Gij^hebt o Heer zoo langen tijd
Tot mij uw handen uitgebreid,
Ja zoo langmoedig mij gebeden
Maar ik versmaadde heil en vrede.
12.' En daarom, Heere! gij zoudt rein
En eeuwiglijk regtvaardig zijn.
Indien ik nimmer uw genaden.
Genoot of een van uw weldaden
15. Ik wil dan wachten, op U, Heer
Tot dat ik krijg mijn zielsbegeer.
En nooit zal zijn mijn ziel ontbonden
Voor dat ik Jezus heb gevonden.