Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12 DE LOFZANGEN '
Zijd' of kostelijk gewaad, zijd' of enz.
3. 't Is zoo arme wereldlingen!
Neemt gij 't hier op aard, en slijk
En vergankelijke dingen,
'k Geef volkomen u gelijk:
'k Heb geen schatten van de wereld,
'k Heb geen eer, geen goed noch geld,
'k Ben hier met geen glans bepereld.
Maar in lagen staat gesteld maar in enz
4. Ik bewoon hier geen paleizen.
Maar een hutje en wiens zin. ■
Is om met mij mee te reizen.
Komt er vrij maar binnen in;
En ik durf vrijmoedig zeggen,
Dat ik alles hier bezit:
Kunt gij 't wereldling uitleggen,
Denkt gij niet wat taal is dit denkt enz.
5. 'k Zal 't u zeggen, 'k ben g-eboren
Hooger dan de sterren staan,
Want ik was al uitverkoren,
Eer ik 't licht nog schoude aan.
God van algenoegzaamheden,
Is mijn vader en mijn God,
Met dat deel ben ik tevreden.
En met dat zoo zalig lot en met dat eriz
6. Want Hij doet zijn volk beërven.
Zulk een vast bestendig goed,
Dat in leven en in sterven,
Eeuwig en Volmaakt voldoet.
God het algenoegzaam V\ezen,
Is mijn overvloedig goud,
En mijn zilver uitgelezen,
Daar mijn ziele zich op bouwt daar enz.