Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 DE LOFZANGEN '
Mijn Jezus o mijn Heer!
Ik kan geen een gedachten,
Bestieren tot uw eer;
Waarheen zou ik mij wenden;
Mij wenden mij wenden.
Ik heb niets dan ellenden,
O koning mij regeer,
8. En kon, ik neer te knielen,
Voor ü om al mijn nood,
Te klagen, o! mijn ziele.
Is dikwerf dor en dood;
Doch waar zou ik mij wenden,
Mij wenden, mij wenden,
Ik heb niets dan ellenden.
En klagten in uw schoot.
9. Zal ik mij gaan beg/even,
Te spreken van uw naam,
'k Heb dikwerf geest noch leven,
Mijn hart is onbekwaam:
j)och waar zal ik mij wenden.
Mij wenden, mij wenden,
Ik heb niets dan ellenden,
Ja al eilend te zaam,
10. 'k Hoor somtijds ernstig spreken
Uw knechten op den stoel,
Maar 't hart en wil niet breken,
'k Heb dikwerf geen gevoel;
Daarom moet ik mij wenden.
Mij wenden, mij wenden,
Tot U met mijn ellenden.
Al was 't dan nog zoo koel.
11. Ik weet Gij zijt genadig,
Volzalig en genoeg;