Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i LOFZANGEN
Ziehucht om Jezus kracht tot verbreking
der zonde,
Stem: Psalm 123.
1 2de Lied
O Jezus! licht ea leven!
Mijn koning en mijn Heer!
Aan wien ik heb gegeven,
Mijn hart om voor uw eer,
Uw naam en zaak te strijden:
Ach had ik meerder kracht'
Ik leg ielaas ter zijden
Zoo dikwert eer ik dacht. .
2. Ik heb zoo veel vijanden,
O magtig Hemelvorst!
Ei leer mij toch mijn handen,
Ten strijden mij uit dorst:
'k Heb lust voor U te leven,
In dit beneden perk,
Maar Heer! Gij moet mij geven.
Genade tot dit werk.
3. Ik moet IT alle dagen,
Mijn wereldlievend ^hart,
O zielenkoning! klagen,
Met droefhied en met smart;
Mijn ziel die is inwendig
Bedorven en verkeerd.
Ja ganschelijk ellendig,
Als Gij 't niet overheert.
4. Rigt Gij op in mijn ziele
' Üw zaal'ge heerschappij,.
Wilt satans rijk vernielen,.
Verbreken gansch in mij.