Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 133
Wat ik doen en laten moet.
Sterk mijn harte met genade.
En beziel mijn werk en daden.
Maak mij van de zonden vrij
Leer regeer en leer regeer en.
Leer regeer'en heilig mij.
Jeremia 32; 39.
Stem: Zoet gezelschap dat met mij.
1. 13de Lied.
Zoet gezelschap dat met mij,
Naar den hemel vrij en blij.
Langs die hoog verbeven bane,
W andelt in vereeniging '
Dan in vreugde dan met tranen.
Onder veel verwisseling
2. Met die God gewijde schaar
Daar ik hart en wensch mee paar,
Wil ik sterven en ook leven,
Naauw vereenigd in den strijd.
Voel ik daar mijn hart aankleven.
Als mijn volk in eeuwigheid.
3. Als ik aan die groote wolk.
Aan dat God geheiligd volk
Aan dat Zion mag gedenken.
In mijn stille eenzaamheid.
En wat luister God komt schenken.
Aan dat volk hier in der tijd,
4. Aan dat beeld dat in haar praalt,
't Licht dat van haar Godheid straalt
O, dan kan ik mij verblijden,
In verwachting van mijn God,
Zonder zonden zonder scheiden,
't Zamen in een vol genot,
5. Van genezing zonder kruis,