Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSlf. 131
Wrl D.ijn hart en lippen rak^n.
Ooor een kool van hemelvunv.
Neem mij tocli in, neem mij toch in,
Neem mij toch in uw >xïstuiir.
3, Wilt toch Uit mijn ziele rukken,
Adams beeld dat in mij is, .
Ën verheven in mij drukken -
Uwes beeldgelijkenis.
Laat mij walgen van de loosheid.
Vuilheid en vervloekte boosheid.
Van mijn argelistig hart.
Al kwam smi:rten al kwam smarten,
twam smarten tot mijn smart.
4. Ach! mogt ik ootmoedig treureu
Over al mijn snood bedrijf.
En mijn harten kunnen schrenren
Dat was nuttig tijdverdrijf
Wil dan Noordewind! ontwaken
I^Ht ik niet mijn kwaad miszaken.
Maak het mij maar eng en bang.
■Leer mij dan een leer n^ij dan et-n,
T^r mij dan een treurgezang,
T). En ondekt mij de fouteine
Vau Messias dierbaar bloed,
Als geopend voor onreineUj ,
In de grond van al dat goed,
Van die vpiheid der geuad^t. *
Uie mijn ziele kan verzaden
Zend uw waarheid eu uw liflit.
'Onderwijs.mij onderwijs mij.
Onderwijs mij van miju pligt,
C>. Wilt mij naar uw beehl veranderen
Doe in mij 't genadedet^l
Moedig f-trijdou tegen 't hnd-^ren
Overwinnen Uiat ik veei