Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANiUNGSEL. 123
Mijn g^jwoude Jiiel genezen.
Ach dat uw eeuwige raiiUij^n.
Mijné ziele vol vaü vreezen,
Met uwen Vader verzoen
17. Kom, volzalige Jezus? daa»
Want ik zoo niet leven kau.
'k Moet U hebben of ik 'sterke,
Hebt Gij ]u8t in mijnen dood,
Wilt Gij dat ik eeuwig derve,
Sterf van uwe gunst ontblooJ?
18. '(t hebt immers gezworen lla^r!
Zoo Gij lust hebt immermeer,
lu den dood vnu de zondaren,
Maar wel daarin dat hij leeft,
Wilt uw Zoon lieer openbaren.
Dat Gij mij doch Jezuij geeft,
19. Roept Hij; geelt uw hart aan mij
Ach! wat was mijn ziele blij.
Was het maar in Jezus handen: ,
Achf was ik mijn hart raa>ir kwijf-,.
Dan was het van schuld en banden. •
Eu van 'd eeuwigeu dood bevrijd.
20. Haar daar JezUh! is mijn harr.
Maakt Gij dat liet sneeuwwit wer*i,
H Is besmorst van viiile zonden,
'k Heb er zeil een afschrik van.
Vol striemen en vol vuile wouden.
Die ik niet verzachten kan,
21. Lieve Jezus! maakt gij ,t rein,
En geef dan een nieuw ann miju, '
En wilt Gij het dan regecren.
Weest Gij Koning over 'l hart
Wat zou ik toch 'meer begoeicn,
Dat ik Jezus eigen werd.
Coli. :3; 11 Cjinetus is alU^^.