Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 107
Zoodat ik nu ter neder viele,
Voor Gods geduchten grooten Zoon.
24. Voor eeuwig dan verheven Koningf
Ik roep U in mijn ziele-woning
Daar is mijn schuld mijn hart mijn hand
't Zij alles aan U opgedragen
Ik wil het eeuwig op ü wagen.
Mijn ziel is nn aan U verpand.
25. Nu durf ik mij op U vertrouwen,
Ueez' keuze,zal mij nooit berouwen
En niemand kwam bedrogen uitj
Nu ben ik eeuwig vrij en veilig,
O' was ik nu volkomen heilig,
En schoon gelijk Messias bruid.
26. Maar eeuwig zal ik zegenpralen,
Ja Jezus zal mij bij Hem halen,
Daar zal ik eeuwig voor den troon
Des Lams eerbiedig nederbuigen,
En mijne dankbaarheid betuigen,
En nederwerpen mijne kroon.
H E T L A S T 1 G E KRUIS.
Stem: Psalm 6.
' 1. 3de Lüd
Toen ik mij aan Gods Zoon verbond
Met hart eu ziel en lip en mond.
Heb ik mij onbepaald gegeven
Om ganschlijk naar zijn wil te leven
2. 't vVhs alle< zonder uitvinding
Het Lam te volgen waar het ging
Al waren 't enkel zure wegen,
Mijn heil was in Gods gunst gelegen
'd. Mij dacht: was ik het eigendom
Van God dan gal ik nergens om.
Wat schaden tranen zuchten steeneu