Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 105
Kom vlugt maar in mijn lielde-armen
Ik ben vol grondeloos erbarmen
Kom maar tot Mij met uwen nood.
De Zondaar spreekt,
14. Maar 'k heb u naar den kroon ^estokeu
Hebt gij dan ooit van vree gesproken
Tot zoo een snooden rijksrebel?
Mijn schulden zijn zoo hoog geklommen
't Is niet als zonden van rondomme
In een gedreigdèn vloek eu hel
Jeeus ipreeht.
15. Maar Ik was om de schuld der zonden
Aan 't harde moordlaout vastgebonden,
'k Heb eeuwige geregtigheid.
Eens aaugebragt voor schuldenaren.
Om aard en hemel zaäm te sparen,
Tot prijg vau Gods barmhartigheid,
D» Zondaar spreekt
16. Maar ik ben walglijk in uw oogen
O vlekloos Heilige en Hooge!
Zoo onrein in d« zonde dood, '
Een satans prooi en slaaf och arme!
Zou God zich mijner nog erbarmen,
En redden mij uit dezen nood?
Jesus spreekt
17. Ik heb gereg igheid en leven.
Om u een eeuwig heil te geven,
Ik zal 't verloren Godes beeld,
lu uwe ziele weer herstellen,
En satans magt ter nedervellen,
Zoo wordt gij als op nieuw geteeld
De Zondaar spreekt
18; O lieve Jezus vol erbarmen
Gij breidt wel uit uw liefde armeu,
Om zondaars tot uw arbeidsloon,
8*