Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102 AANilANGSEL.
Dal' ons heil op heil ontspruit.
19. Doe ons Sions heil aanschouwen,
In het nieuw begonnen jaar.
Weer van ons de smarten rouwen.
En ons in genade spaar;
Laten velen weergeboren,
In dat jaar zijn toegebragt,
Red een volk geheel vêrloren.
Dat op uw genade wacht.
JO. Die nu zaaijen met veel zuchten,
En veel tranen en gebeen.
En naar Jezus henen vlugten,
IMet hun klagen en geween.
Wil hen eens van druk ontbonden
iMaken van de zonden vrij,
Om eens losgemaakt .van zonden.
Leven nu en eeuwig blij
De onderhandeling tusschen Uod, zijn Zoon
en den Zondaar.
Stem: O Kersnacht schoons dan de dagen
1. 2de Lied
De Zondaar spreekt
O vlekloos heilig Opperwezen!
Voor eeuwig waard van mij geprezen.
Uier ligt een booswicht voor uw troon
Ik Werp mij neder voor uw voeten
En schikke mij om God te ontmoeten
In 't bloed van zijnen grooten Zoon.
2. In ongeregtigheid geboren.
Door zondenschuld en smart verloren
Dat is mijn staat en beeldtenis
O! God is heilig en regtvaardig
Ik ben een eeuwig onheil waardig
Ik zie dat God langmoedig ii.