Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANH\NGSEr,. M
Jezus de genadebronne
Stroomt nog over en zijn hand.
6. Werkt nog om verloren schapen,
Tot zijn kooi te brengen in,
nie nog zorg,loos liggen slapen,
Te verstrikken in zijn min;
Wij zien noch genadewonderen,
Menschen die des Satans buit.
Waren krachtig af te zonderen,
Tot Missias lieve bruid.
7. Jezus heeft nog zijne woning,
In het midden van zijn kerk,
Ja die Schepter van dien Koning.
Is nog hier en daar aan 't werk,
Satans slaven te overwinnen.
En te rukken uit zijn hand,
En te brengen krachtig binnen,
O, gezegend Nederland!
8. Zalig volk die in het oude.
Jaar die keuze hebt gedaan, '
Wis het eeuwig nooit berouwen,
Eeuwig zal 't u wel vergaan,
Laat die tijd nu vlugtig loopen,
Sneller als de vlugge reën.
Die op eeuwig leven hoopen,
Treden zoo gerust daar heen.
9. Laat de tijd met arendsvleug''len,
Vliegen naar de eeuwigheid,
't Volk weet atn hun lust geen teug le»
Die 'een zaal'ge heerlijkheid,
In geloove nu verwachten,
O zij zijn het zwerven moe,
Zij verlangen dag en nachten,
't Moet toch naar den hemel toe.
10. O hoe zat zijn zij dat Varen,