Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS t*
Aan stervelingen'doen als eeuw'ge heerlijkheid
O onverwelkb're kroon! o heil o' zaligheid!
10. Dat fijne lijnwaad, dat de hemellingen
dragen,
Dat nooit veroudert, maar voortduurt ten
eeuwige dagen.
Dat wit gewaad dat voor den hemel wordt
bewaard.
Daar de ongesierde Bruid met haren Bruigom
paart.
11. Die wandelingen in des hemels gulden
zalen,
Om eeuwig ongestoord, met God te zegenpralen
't Betreden van de vloer, van 't allerfijnste goud
Welzalig die in dat paleis met Jezus trouwt
12. Geen zon of maan behoeft zijn stralen
daar te schieten.
Noch de rivieren met haar wateren te vlieten;
Het eeuwig zalig licht, dat van Gods wezen
straalt,
Verlicht|die Stad eri 't Lam, dat als een
kaarse praalt.
13. De levensstroomen en die hemolsche
rivieren..
Doorloopen 't paradijs met kronkelen en
Zwieren.
Een vurige rivierdie vloeit uit's Heeren troon
Drenkt eeuwig Jezus volk, haar arbeid tot
Een loon,
14 De Bogm des Levens, die op 'd eenen
ander zijden.
Van dezen stroom geplant het hemels zaad
verblijden,
Is 't allerschoonste dat ée zaal,ge hemel lieeh
Door siijn gezegend blad, Gods volk voort-