Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 93
Waarom God Hem zoo verliet?
10 Gun mij Vader! dat ik nader.
Tot uw troon in Jezus bloed,.
Dat ik kome zonder schroomen,
Uoor 't geloove om het goed.
11. Dat ik erTe door het sterven,
Van des Levensvorst voor mij
Dat zijn lijden mij verblijde.
En zijn dood mijn leven zij.
's Hemels Heerlijkheid.
Stem: Welzalig Jezus zoet enz.
1 40ste Lied.
Zijn aardsche kroonen die de Oppervorsten
dragen.
Omringd met ed'len steen gesierd metpaarlen
kragen.
Een luisterrijk vertopn van'sKonings Majes-
teit.
En vorstelijk gebied en aardsche heerlijkheid
2. Wat zal die kroonen, die de zaal'ge
Hemellingen,
Voor eeuwig dragen niet haar heerlijk hoofd
Omringen?
Niet met een parelkrans ot edele gesteent
Noch met het geele goud dat aardsche vreugd
verleent.
3. Maar hemelvreugde z'al haar hoofden
eeuwig kroonen.
Met vreugde-olie zal de Heer om haar te-
loonen,
Hem overstorten als de vrienden van Gods
Zoon,
Als overwinnaar zal hen ook een laauw.ren
kroon.