Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
fO HE LOFZANGEN
Hebr. 12; 11. Laat ons met lijdzaamheid
loopen enz.
Stem: De Tien Geboden.
1. 38ste Lied
O God van zalig-lieid en leven
En Leidsman van mijn teêre jeugd
Ach wil mij toch genade geven,
Om 't pad van heiligheid en deugd,
2. Te loopen en naar 't wit te jagen,
Uien prijs die nimmer zal vergaan
Belooft aan hen die niet vertragen,
Aan 't einde van hun levensbaan,
3. V\at heeft een Christen al te strijden.
Opdat hij gaat ten hemel in,'
Wat moet hij hier al doen en lijden»
Verloochening van zin'en wil.
4. Mij dacht in 'd eersten tijd en dagen,
Toen ik mij aan dien weg verbond'
En zoo veel innig zielsbehagen,
In dezen weg ten hemel vond,
5. Dat toen mijn strijd al was volstreden
Ik zag mij onder 's Heeren volk,
Mijn ziel genoot een zoeten vreden.
Ik zag dien God als zonder wolk, .
6. Ik voelde de gebaande wegen.
Als in mijn härte toen 'ter tijd
En nergens was ik voor verlegen,
'k koos den weg door kruis en strijd,
7. Mij dacht: al moest en schänden
En alle smarten ondergaan,
't Is wel. ik wil al was 't in banden
Door dezen weg ten hemel gaan.
8. Maar 'k v^iit niet dat mijn trsge Jiarte
En mijn verdorven zondig vleesch,
Mij op dien weg met zoo veel smarten