Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS. 89
En uw schapen ook behoor,
Al uw volk vooruit zie treden
Trekt en werkt krachtdadig door,
In mij al uw welbehagen,
Wilt mijn ziele onderschragen.
Ach dat ik uw beeld en leer,
Mogt vertoonen mogt vertoonen,.
Mogt vertoonen tot uw eer.
8. Ai mijn licht er^ zielekrachten,
Zijn in ü O Levensvorst!
Leer mij maar geloovig wachten,
En met ste.-ke zieiendorst
En verlangen aan U kleven.
'Ooor 't gehören in U leven
Maak mij vruchtbaar in mijn werk
Maak mij in 't ge maak mij in 't ge,
Maak mij in 't geloove sterk, , •
9. Stort uw liefde in mijn harte,
Sterk het altijd met gena.
Laat dan komen kruis of smarte,
'k Weet dat ik gemoedigd ga:
Met U loop ik'door een bende,
'k Vrees geen werk of geen ellende,
ITw genade is altijd,
Mij genoeg tot mij genoeg tot,
iviij genoeg tot heerliikheid,
10. Nu Gij zult voor mij Volenden
t-'n uw goedertierenheid.
Zult gij nooit van mij afwenden,
Want die. duurt in eeuwigheid;
Wilt mij dan gedurig leiden; ,
Tot de dood mij doet verscheiden.
Laat niet varen immermeer
Uwer handen uwer handen
Uwer handen werk o Heer!
6*