Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
88 DE LOFZANGEN.
is vol ongeloof en zonden,
En zit overal verward;
Vele dingen, öch, bewarend.
Anders vloog ik als^een arend.
Was mijn ziel eens los en vrij.
Daar ik nu ge, daar ik nu ge-
Daar ik nu gebonden zij.
4. Loop ik somtijds als een hinden.
Voor een kleine qogenblik,
'k Zal welhaast weer ondervinden
Dat mijn hart zit in den strik,
Van de wereld en de zonden.
En van veel verdorven vonden.
' Dus mijn geest ellendig is.
Als ik uwe, als ik uwe
Als ik uwe trekking- mis.
5. Trek mij dan door liefdebanden.
Goede Jezus' naar ü toe.
Laat mijn hart in ijver branden
Dan word ik den weg niet moe,
Schenk mijn ziele licht en leven
Wil mij Geesten trekking geven.
Dat ik loopen mag- gestaag.
Zonder moede, zonder moede.
Zonder moede zijn of traag,
6. 'k Zie met smart geheele hoopen.
En met ijver in hun doen,
Arme wereldlingen loopen.
En ik kan' niet beenen spoên:
'k Zie met schaamte dat veel vroomen
Mij vooruit tot Sion komen,
kn zij raken mij uit 't oog.
Goede Jezus! goede Jezus!
Goede. Jezus! ach, .gedoog. ,
7. Niet dat ik die tot uw leden.