Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DERDE HO?«DERDTAL. (75)
Vraagstuk VII.
De boer heeft het | gedeelte van den regtmatigen
impost of het ^ X I = ^ gedeelte beneden de waarde
verkoeht, en dus tegen ^ gedeelte van de waarde
het beest aangegeven, loodat hij dus \ aan den impost
betaald heeft Ook heeft hij het beest tegen | van de
waarde verkoeht en dus het | X | = gedeelte ver -
kocht. Hij heeft dus ^ — — sV gedeelte van de
waarde meer betaald dan ontvangen. Had nu tle
boer ^ gedeelte verkocht en dus ^ behouden, waar
van de belasting ^ gedeelte van de waarde bedraagt,
dan zoude hij, indien hij het beest naar de waarde
had verkocht en aangegeven , zoo veel het geld voor het
I gedeelte ontvangen hebben , als hij voor de belasting
moest betalen ; doch volgens den verkoop zoude hij
meer aan de belasting betaald hebben dan hij voor
het verkochte ontvangen had, en die hij derhalve
nu zoude winnen. Men heeft dus : m =1:3? =
fQl , de waarde van het beest ; derhalve het
verkochte ^ gedeelte, en 1| gulden 's lands belasting
te kort gedaan.
Vraagstuk VIII.
Bij eene eenigzins oplettende beschouwing van het
vraagstuk , ziet men terstond in, dat de som der in-
gelegde kapitalen van A en B, B en C, A en C gelijk-
waardig is met 2 maal den inleg van A, -f- 2 maal dien
van B , -t- 2 maal dien van C, en bijgevolg , dat de geza-
menlijke inleg van A, B en Cbedraagt 1»» J::!«»o
= fU60.
Trekkende achtereenvolgend hieraf /'2000, /■230Ü en
/■2600, dan vindt men, dat A inlegt /"IISO, B/"SöO
en C fliSO. En daar nu ieder der drie kooplieden in
de winst deelt, naar reden hij eene grootere of kleinere
som voor eenen längeren of korteren tijd heeft inge-
legd, en dus de winsten tol elkander staan in de za.-