Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE HONDERDTAL. (69)
Vraagstuk XC.
Zoo mênigmaal die deelen, welke het goessche ffi
v.m het nederlandsche bezit, in het laatste begrepen
zijn, is de meetkundige verhouding, die tusschen ge-
melde gewigten bestaat, en deze blijkt door de dee-
ling 2,287 te zijn (door anderen is die als 4000 : 1749
opgegeven). Daar nu het nederl. ffi 2,287 malen zwaa»^-
der is dan het goessche, en /" 8 geldt, zoo heeft
men de gevondene verhouding slechts met de waarde
van het goessche te vermenigvuldigen , en de uit-
komst zal de waarde van het nederl. ffi zijn; dus:
2,287 X f 8 — f 18,296.
Vraagstuk XCI.
Wanneer elke deeling juist had moeten opgaan,
had men slechts het kleinste, door 2, 3, 4, 5, 6, 7,
8, 9 en 10 deelbare getal te vinden, hetwelk 2S20 is;
maar daar nu bij elke deeling de rest 1 minder is
dan de deeler, zoo trekke men van 2520 slcchts 1
af, waardoor het begeerde getal 2519 wordt.
Vraagstuk XCII.
Daar de rentenier | van zijn kapitaal tegen ^ p''
minder en A van hetzelve tegen i ten honderd hoo-
ger iMt«,3t, ontvangt hij, dus handelende, van zijn
geld ^ p - meer dan te voren. Dit | p"' bedraagt da-
ge'jks 10 stuiv.; men heelt dus de volgende ever-
redigheid : f 0,50 : f 7,50 = ^ p"' : = 7^ p"', d-e
l'j dus van zijn kapitaal ontvangt. Zijn jaarljks in-
komen be'oopt 365 X /• 7,50 =1/2737,50. Des /7,50 :
f i737,50 = 100 : ar = 36500 het gevraagde kapitaal.
Vraagstuk XCIII.
Uit CK-e oppei vlakkige beschouwing der getaï'e.i
ziet u-.L ), dat het kapitaal bijna driemaal zoo groot