Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZEVENDE HOiNDERDTAL. (299)
Vraagstuk XXIX.
A legt iedere minuut 88 — 76 = 12 meters meer
af dan B, eu dus haalt A de 5o2 meters, welke H
vooruit is, in r= 46 minuten in, en ontmoet B
dus oj) -46 X 88 rrz 4048 meters van het begin des vvegs.
Thans blijven er nog 4400 — 4048 =r= meiers van
den weg over; deze legt A af in -Yy^-= 4 minuten
en B in = minuut; daarom is A minuut
vroeger aan het einde van den weg dan B; maar
daar A 6[g minuut vertoeft, zoo heeft B gelegenheid
om op (Ie terugreis weder 6 minuten of 6 X 76 r=r
4156 ellen vooruit te komen ; deze afstand nu wordt
weder door A ingehaald iu -'jV- = 38 minuten, of
op 88 X 28 = S344 ellen van het einde des vvegs. Bij-
gevolg heeft de tweede inhaling plaats op 4'tOO — 8^44
== iOt)6 ellen afslands van het begin des wegs. Dezo
afstand legt A af in 12 minuten. Nu vordert
B in dien tijd slechts 12 X 76 — 912 el: en zal dus
nog 1056 — 912 = 144 ten achteren zijn als A terug
komt.
Vraagstuk XXX.
Wanneer wij deze zamengestehle getallen tot •onge-
bruikelijke breuken maken , en vervolgens vermenig-
vuldigen, dan zal men het product des tellers door
dat der noemers moeten deelen, hetwelk A X □ , of
daar A = D-i-l is,=G2 4-a moet zijn. Dit pro-
duct moet gelijk zijp aan 6 of eenig veelvoud van 6
en dus kan Q zijn, 2, 3, 5, 6, 8 of 9 ; doch voor
□ 9 zoude A — 10 worden. Qok ziet men terstond
door het verniciiigvuldigen der twee voorste cijfers van
beide getallen, dat □ grooter dan 5 moet zijn; want
25 X p,eeft reeds 9 eix niet 8 tot het voorste cijfer
in het product; op gelijke wijze vindt men zeer gemak-
kelijk dat □ kleiner dan 2 moet zijn , want 222 X 333
geeft geene 8 tot voorste cijfer in het product. Bijge-
volg kan □ 'alleen zijn 8 en dus A =4.,