Boekgegevens
Titel: Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Delft: J. de Rooy, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 681 F 1
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205472
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der Verzameling van rekenkundige opgaven, ten dienste van gevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers: in vier tweehonderdtallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
{Ui) VIERDE HONDERDTAL.
Dit nu is hier het geval, en daarom is ^ — l/(16 X
25) = 20, en de begeerde ouderdom is ^^ X 100 =
80 jaren.
Vraagstuk LXXVII.
A kan de helft van het werk in 30, en dus het geheele
werk in 60 dagen afmaken ; BenC kunnen de helft iii 6,
dus het geheel in 12 dagen doen ; dus verrigten A, B en
C te zamen in éénen dag + tt— tV> bijgevolg zou-
den zij in 15 dagen van het werk of de helft meer
dan het werk verrigten. Hieruit volgt, dat C in 10 dagen
de helft en dus in 20 dagen het geheel kan volbrengen ;
immers indien C in plaats van 5 .dagen , er 15 even
als A en B werkte, zouden zij, gelijk wij zagen, het
werk zelf en nog half zoo veel kunnen verrigten,
en dit meerdere zoude alleen ontstaan door de 10
dagen, welke C in die onderstelling langer zoude
werken dan nu werkelijk in het eerste geval plaats
heeft. C volbrengt dus op éénen dag ^^ en bijgevolg
B — ïV ~ ITS werk , zoodat B alleen het
werk in 80 dagen zoude kunnen volbrengen.
Anders.
A doet de helft van het werk in 30 dagen; dus het
geheele werk in 60 dagen ; A en B doen in 3 dagen , met
behulp van C, voor éénen dag | van het werk ; dus
A en B in 12 dagen met C in 4 dagen ^ van het werk;
maar A doet in 5 dagen | van het werk ; dus B in 12
dagen met C in -4 dagen | ; maar B met C volbrengen
te zamen in 12 dagen het werk ; dus volbrengt C in 8
dagen |, in 4 dagen | en in 20 dagen het werk; C
volbrengt dus in éénen dag
ïV dagen J, dus
B in 12 dagen | van het werk, dat is 30 dagen het
geheele werk.