Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
c 52 )
Menigruldig iraren de blijken van hoogacliHng, u'elka
©F, lïüiTER op zijnen togt naar de Middellandsche zee
ondervond, In elke haven, die hij aandeed, wedijverden
de aanzienlijkste inanneii , om hem bewijzen van hunnen
eerbied te geven, zelfs vorstelijke personen rekenden het
zich tot eene eer, om bij den zoo algemeen beroemden
Nederlander een bezoek af te leggen , of hem aan hunne
tafel te onthalen. Den 2üsten December k\>am onze
vloot bij het eiland Stci/iê op de reede van Meiazzo
ten anker, en de vreugde over derzelver aankomst was
aldaar inlermate groot. De ruiter werd dadelijk door
de voornaamste grooten , die zich daar ophielden , be-
groet. Zelfs werd hij door den onderkoning in persoon
bezocht, die hem alle hoogachtitjg bewees , en toen hij
den volgenden dag een tegenbezoek aan het paleis
ODclerkonings aflegde , werd hij aldaar met de grootste
eerbeuijzingen ontvangen.
Leering, De ware grootheid is te verheven , om zich aan de
miskenning of de si)otlernij van bekroinpene men*
sci.en te ergeren,
NEGEN EN TWINTIGSTE LES.
De ruiter gewond.
Hel was eerst op den 5den en Cden Januarij van hefc
jaar 1676, toen de ruiter berigt ontving, dat de Fran-
sche vloot in aantogt was. Onze kloeke zeeheld ging
daarop den vijand te gemoet, en den 7den kreeg hij
denjselven bij het eiland Salino in het gezigt, üaar de
Franschen met eene sterkere magt, dan die van de
ïiuiTER , even zoowel het gevecht zochten als hij , kwa-
tnen de vloten spoedig aan" elkander, en een hardnekkig
gevecht nam eenen aanvang. Men streed van beide zij-
den met zulk eene woede, dat de ruiter zelf nader-
hand in eenen brief aan de Staten schreef, dal hij in
geheel zijn leven nimmer scherper strijd had bijgewoond.
Onze Admiraal, die het even gaarne erkende, wanneer
aijne vyaudeu zich dapper gedroegen, ah hij z'ïlks va»
ïij-