Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 51 ) -
feefoernden de rüiteiï, mögt worden opgedragen. Acht-
tien schepen van oorlog, Zes kleinere, vier brandertf
en twee voorraad^chepen werden er uitgerust, om aan
het verzoek van SjianJes Koning te voldoen, welke
aannam zijn aandeel in de kosten te dragen , en zijne
zeemagt bij de onze te voegen, om gemeenschappelijk
de Franschen , die onrust in zijne Staten stookten , te
bevechten. De ruiter oordeelde, dat deze uitrusting
ie gering was, om hiermede de Franschen met een goed
.gevolg te bevechten, daar hij zich van de hulp def
:Spanjaarden niet veel voorstelde. Zgne bedenking vond
echter geen gehoor, cn een der raadsheeren van dö
Admiraliteit had zelfs de onbeschaamde kleingeestigheid,
om den grijzen held , die in zoo menigen scheepsstrijd
meermalen tegen eenen overmagtigen vijand de uifste-
kendste blijken van Äijn beleid en zijnen moed had ge-
geven, toe te voegen: » Ik hoop niet y Mijnheer 1 dat
gij in uwe oude dagen bang begint te worden !" Deze'
laffe uitval , tegen eenen man , aan wien het vaderland
zulk eene dure verpligling had , werd bescheiden , maar
vol waardigheid beantwoord: » Ik begin den fnoed
niet te laten vallen ; ik heb mijn leven voor den St&at
veil ; maar ik ben verwonderd , en het doet mij leed ,
dat de Heeren de vlag van den Slaat zoo veil hebbeö
en wagen. De Heeren hebben mij niet te %'erzoeken ^
maar te gebieden , en al werd mij gelast, ^s lands vlag
op een enkel schip te voeren, ik zou daarmede naar
zee gaan; waar de Heeren hunne vlag betrouwen , zal
ik mijn leven wagen.''
Ligchaanïsongosteldheid was nïet vermogend genoeg y
um deu naauwgezetten vaderlander terug te houden van
datgene, wat hij voor zijnen pligt hield, niettegenstsande
zijne vrienden hem ernstif^ den togt ontraaddeir. V Ik
zal dien togt bijwonen zeide hij, » nl zou men mijj
naar het schip dragen." Roerend was het afscheid, dül hij
Van zijne bloedverwanten en vrienden nam; het schcen^
alsof hij een voorgevoel had f hen nimmer fe «ullert ive-'
derzien. Na eea smartelijk afsfcheid van gade rn kind^-*
ren, gïng hij zwak en ziekelijk iiaar boord, cf^ Iwp ^eS
}(iilcfi Awguslii« 1675 in zee,
D 2