Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 45 ) -
hadden , dat het Hollandsche buskruid krachtiger was ,
dan het hunne , en dat Prins eobert dien ten gevolge,
met verlies van veel volk en deerlijk gehavende sche-
pen , naar de Teems liad moeten terugkeeren. Volgens
het getuigenis van dienzelfden schrijver had be ruiter
daarentegen weinig schade geleden , en had hij getoond ,
dal hij nooit zijne plaats verliet, dan om den vijand het
hoofd te bieden. Volgens berigten uit Londen zelve
hadden de Engelschen en Franschen omtrent drieduizend
dooden en gekwetsten, terwijl zij elkander de schuld
van de geledene nederlaag gaven. De ruiter leverde
aan de Sl.iten eeu verslag in van de behaalde zege,
waarbij hij tevens verzocht, om eenen nieuwen voorraad
van buskruid en scheepsbehoeften, ten einde zich it»
staat te stellen , om andermaal den vijand het hoofd to
bieden, ~
'Leer'mg. Leeringen wekken , voorbeelden trekken.
VIJF EN TWINTIGSTE LES.
Derde zeeslag in 1673.
De vijand wilde andermaal eenen kampstrijd tegen de
Nederlanders wagen. Zij konden het niet verkroppen,
dat zij door eene veel geringere magt, dan de hunne ,
tweemaal geslagen waren , de zee hadden moeten ruimen
en genoodzaakt waren , de wijk in hunne havens te ne-
men. Zij wilden hunne eer herstellen en de schande
van hunne vlugt uitwisschen.
De ruiter, die zee gehouden had, en wederom volko-
men gereed was , om den vijand af te wachten, vernam
den 2Bsten Julij , dat de vijandelijke vloot zeilree lag •
om de rivier van Londen af te komen , en uit honderd
vijf en twintig oorlogschepen bestond , waarop zich eeni-
ge duizende soldaten bevonden , met welke men voorne-
ii)ens was op de Zeeuwsche kust te landen. Onze Ad-
miraal gaf op het vernemen van deze lijding bevel, om
onder zeil te gaan. Den Sisten der genoemde maand
kreeg men den vijand in het gezigt en men zou denken,
dat ilezc met zijne geduchlc magl de veel minder sterke
Nc-