Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 37 ) -
EEN EN TWINTIGSTE LES.
Togt naar Chaltam.
Thans , mijne jeugdige vrienden ! zullen wij u een der
roemrijiisle togten verhalen, door de Nederlanders legen
<le Engelschen ondernomen ; de togt naar Chattam en
llochester, op den 2üsten Junij en vier volgende dagen
Tan het jaar 16ü7«
^De Engekschen hadden in het vorige jaar de laaghar-
tigheid geliad, om weerlooze koopvaardijschepen in het
Tlle te verbranden , eene landing te doen op het eiland'
Terschelll7ig, aldaar de bewoners te mishandelen en
hunne bezittingen te vernielen. Onze Staten besloten
iop hunne beurt, den vijand in zijne havens te bestollen;
minder welUgt om wraak te nemen over het gepleegda
geweld, dan wel, om door eene stoute, ontzag inboeze-
mende daad, de Engelsehen tot het sluiten van den
vrede te dwingen. Aan onzen de kuiter werd de last
O >gp-dragen , om de rivier de Teems op te zeilen., en
a les aldaar te vernielen en te veroveren, wat hem slechts
doenlijk was. coi^^elis de wit. Ruwaard vau Put^
ten en Burgemeester van Dordrecht, zou hem als af-
gevaardigde en gevolmagtigde van H. H, M, vergezellen.
Nadat de tot deze ondt^rueming bestemde vloot van al-
les voorzien was, zeilde men naar de Engelsche kust.
Het begin van den togt was niet zeer gelukkig, dewijl
de vloot door eenen zwaren storm werd beloopen, waar-
door de schepen van elkander geraakten; doch toen de-
zelve zich nagenoeg wederom verzameld hadden , zeilde
men de ^ Teems op. De Engelschen schenen van het
voornemen der Nederlanders onderrigt te zijn ; want
Kij hadden getracht, de rivier onbevaaibaar te maken,
door hier en daar eenige schepen te laten zinken ; ook
had men eene zware keten , óp vlotten rustende , over
de rivier gespannen , om den doortogt onmogelijk te ma-
ken ; maar de moed en het beleid der Nederlanders ,
.overwon al deze hinderpalen. Kapitein van bkakei, ver-
zocht en kreeg verlof, om eene poging te doen lol het
vernielen der keten. Stoutnïoedig hield hy met zijn
slecht gebouwd schip cr op aan, niettegenstaande d.*-
C 3 zei-