Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 35 ) -
altijd hopende, dat het Zeeuwsehe eskader ter zijner
ondersteuoing zou opdagen; doch dit gebeurde niet.
In den avond kwam hij bij hetzelve aan , en nu vernam
hij de oorzaak van het wijken der Zeeuwsche en Vrie-
sche schepen. De bevelhebbers dezer afdeelingen van
de vloot, de Admiraals jan evertsen en tjerk hiddes
de vries, waren gesneuveld. Dit had zulk eene ver-
slagenheid in beide eskaders verwekt, dat men, te meer
daar het volk op verscheidene schepen begon te muiten^
de vlugt genomen had.
Leering, Het is eene grievende teleurstelling, wanneer men
meent verlaten te zijn door diegenen, aan wief
trouw men niet twijfelde ; doch het is hoogst aan-
genaam voor hel gevoel, wanneer men naderhand
ontwaart, dat zLj deze verdenking niet verdienden»
TWINTIGSTE LES.
Vervolg.
De invallende nacht deed het gevecht eindigen; doch
de ruiter maakte zich denzelven ten nntte, om de ge-
ledene schade, zoo veel hem doenlijk was, te herstellen«
daar een gevecht op den volgenden dag hem onvermij-
delijk toescheen, en zulks was ook maar al te waar;
want naauwelijks was de dag aangebroken , of onze zee-
held zag zich aan alle kanten door vijandelijke schepen
omringd. Men scheen het weder bepaald op zijn schip
gemunt te hebben. De Engelsche Admiraal Monk streel-
de zich welligt reeds met de hoop , dat hij den algemeen
bewonderden de ruiter , wiens naam overal met eer-
bied genoemd werd, als een gevangene in Engeland
zou brengen; en hij stelde alles in het werk, om zich
van diens schip meester te maken, hetzelve reddeloos ta
schieten of te rerbranden. Doch de Voorzienigheid
waakte over de ruiter , en wilde niet gedoogen , dat
üederland deszelfs grootsten steun in dien hangen tijd
zou verliezen. De magt van den onverschrokken zeeheld
was gering, in tegenstelling van die des vijands , zoo-
dat hij zich genoopt zag, den Engelschen de zee ruim tff
laten. Moedeloos en vol spijt zeide hij tegen den Vice-
9 C 2 AtU