Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 3Ö )
de gemoederen tot toorn tegen den vijand op, en dedcu
ieder levendig beseften, welk lot hem te wachten stond ,
indien hij in 's vijands handen viel. De moed werd,
zoo mogelijk, hierdoor uog meer aangewakkerd, en ieder
had besloten, om dapper te strijden.
Reeds op den eersten dag van het gevecht werd den
Engelschen veel nadeel toegebragt ; zij verloren ver-
scheidene schepen. Wij verloren er slechts twee, die
in brand geraakten; maar moesten bij het einde van
den strijd het verlies betreuren van den Luitenant-
Admiraal evertsen. Des avonds ten tien ure nam
het gevecht een einde, en de vloten werden door de
duis^rnis van elkander gescheiden. Met groote kloek-
moedigheid was er, zoowel door de Engelschen, als
door de onzen gestreden. Van beide zijden kostte het
velen menschen het leven; de wederzijdsche vloten ver-
toonden het beeld der verwoesting. Ontredderde boor-
den , gebrokene masten en stengen , en aan flarden ge-
schoten zeilen dienden tot een sprekend bewijs, dat
bet gevecht hardnekkig geweest was.
In den nacht kwamen de verstrooide schepen weder
bij elkander ; men herstelde, wat te herstellen was , om
op den volgenden dag het gevecht met vernieuwde kracht
te hervatten.
'Leering, Hij , die doordrongen is van het gevoel van afhan-
kelijkheid van het hoogste Wezen, bouwl niet
op eigene krachten; maar smeekt om de hulp vain
Hem, die al onze lotgevallen bestuurt eu regelt.
ACHTTIENDE LES.
Vervolg.
Naauwelijks was de tweede dag aangebroken , of DÊ
KUITER liet de bevelhebbers der bijzondere schepen bij
zich aan boord seinen, om te vernemen, hoe hunne bo-
dems gesteld waren , en tevens, om hen op nieuw toi
moedig strijden aan te manen.
Daar er op den eersten dag vele schepen zoo redde-
loos gescholen waren, dat men dezelve naar onze ha-
ven»