Boekgegevens
Titel: M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Auteur: Altmann, H.; Staveren, J.S. van
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1162 J 46
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205373
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   M. A. de Ruiter: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 26 )
naar de kust van Guinea te stevenen, en aldaar fe
trachten, den Engelschen hunnen geroofden buil we-
der te ontnemen. Voortreffelijk kweet onze held zich
van zijnen last. Op den 2den Januarij 1665 ter be-
stemde plaatse aangekomen , tastte hij het kasteel Wit-
sen of Tahorary aan, en nam hetzelve stormender-
lianil in. Een zijner matrozen rukte de Engelsche
vlag naar beneden, terwijl een ander de Hollandsche
ophaalde. Ruim eene maand later maakte meu zich op
dezelfde wijze meester van de sterkte lioraantyn.
Met hoe vele moeijelijkheden dk ruiter hier ook te
kampen had , gelukte het hem echter, om aan de ver-
wachting der Staten te voldoen, en met een gering ver-
lies vau volk had hij alles den Engelschen weder ont-
weldigd , wat zij ons ontroofd hadden.
Na op alles behoorlijk orde gesteld , en bezetting ia
de heroverde sterkten gelegd te hebben, keerde hij naar
het vaderland terug, waar hij behouden aankwan», zon-
der een enkel schip verloren te hebben, terwijl hij vier
en dertig rijkgeladene bodems veroverd had.
Op dezen terugtogt had de ruiteh eene bijzondere
ontmoeting. De Schout-bij-Kacht van der zaan , die
onder hem diende , op zekeren dag op het eil^ind (roe-
ree aan land komende , werd door eenen bejaarden Ne-
ger in vrij goed Hollandsch aangesproken. De Neger
vroeg, wie hel bevel over de Nederlandsche viool voer-
de. Van der zaan antwoordde , » dat de bevelhebber
michiel ADRlAAKSiZ. de ruiter heette." » michiel !"
hernam de Neger, » het is vijf of zes en veertig jaren
geleden , dat ik te Vlissingen een' bootsmansjongen
gekend heb, die ook zoo heette." Toen van der
zaan hem verzekerde, dat dit dezelfde was , had
de Neger geeue woorden genoeg, om zijne verwondering
uit te drukken, en verlangde hartelijk, om zijnen oudeu
kennis te zien. De Schout-bij-Nacht nam hem mede
naar boord en stelde hem aan onzen Admiraal voor,
welke den Neger niet alleen minzaam ontving, maar hem
ook eén geschenk deed van kleederen en andere dingen,
waarmede de zestigjarige zwarte niet weinig in zijnen
schik was. De ruiter geeft ons hier wederom een tref-
fend voorbeeld van zijne nederigheid; immers, hij schaam-
de