Boekgegevens
Titel: Vraagstukken en oefeningen ter toepassing van het geleerde in het eerste stukje van de Beginselen der stelkunst
Serie: Beginselen der stelkunst,
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1879
18e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5291
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205327
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken en oefeningen ter toepassing van het geleerde in het eerste stukje van de Beginselen der stelkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
112. Doe hetzelfde met:
ß4_j4 j4_:a4 2^''—4^y4-2/
4:cdSab ' q'^—ip-' ' b{2w'—bc) '
9c«
—(2«A—3c2) ' 3c2—204
§ 65. 113. Ontwikkel de volgende quotiënten:
)(fl+4)3—(c—:(a+4—c+ö?); (2a2P_2i2P) :
114. Doe hetzelfde met:
fli+JlO ^yi—y'i^
a^b^ ' a+b'^ ' x—z ' ï—^ '
—5ß44-2c«/2 «2—44

HERHALING.
§ 1 — § 67.
115. Bereken de waarde van (3^^-1-4?^) X(3i)-—iq^), wannear
jt) = 2 en y = 3 is.
116. Welke waarde verkrijgt | i(a + 4) —X (0^—24=),
wanneer «=3 en 4 = 6 is.
117. Wat blijft er over, als men de som van x^—'ix^y+Zx^,
2a;4—x^y—y* en vermindert met
de som van ix^—x^y^+y^, Zx^—x^y+xy^ en —ix*?
118. Waarmeê moet men het verschil der vormen
en
(2a<+4a34—3b242+2(1!4'—4^) verminderen, om
a'(a'—4ab—4^) tot rest te krijgen?
119. Waarmeê moet men {x-h2y){2x-hy) vermeerderen, om
^{x+yy tot som te krijgen?