Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
75,
eten en predicaten daarbij niet in aanmerking kan komen. Is
men van de waarheid hiervan overtuigd, dan zal men ook in-
zien, dat de volgende zinnen: Het is mogelijk. Het is waar-
schijnlijh. Ik twijfel. Ik vrees. Ik hoop. Ik geloof niet, even-
zeer assertorisch zijn, als Het is koud. Dit is wijn. De wind
waait. Ik zie niets. Immers in geen van deze zinnen wordt
iets als slechts mogelijk voorgesteld; maar in alle wordt iets
stellig verzekerd. Ik stel niet als twijfelachtig voor, maar ik
verzeker, dat ik iets voor mogelijk of waarschijnlijk, en iets
anders voor twijfelachtig houd, dat ik vrees, hoop of twijfel
voed. Het denkbeeld van onzekerheid ligt in de predicaatswoor-
den mogelijk, waarschijnlijk en twijfelen, niet in hunne ver-
binding met de subjecten, en met de beteekenis der predicaten
heeft men bij de soortverdeeling der zinnen immers niets te maken.
Zal een zin problematisch wezen, dan moet zulks, gelijk wij
boven, op blz. 64 gezien hebben, opzettelijk worden te kennen
gegeven door de eene of andere uitdrukking, die zoo min tot
het predicaat als tot het subject behoort. Zoo is de zin: Wij
krijgen heden nog onweder, aldus op zich zeiven staande, asser-
torisch; maar hij wordt problematisch, als ik zeg: Dat wij
heden nog onweder krijgen, is mogelijk, waarschijnlijk,
of te denken; of: Het is mogelijk, waarschijnlijk of denkelijk,
dat wij heden nog onweder krijgen. Ik geef dan door de hoofd-
zinnen: Het is mogelijk. Het is waarschijnlijk. Het is denke-
lijk, uitdrukkelijk te verstaan, dat ik de gedachte, in den bijzin
uitgedrukt, voor niet meer dan mogelijk, niet voor zeker houd.
In de bedoelde voorbeelden van den heer roorda zijn der-
halve wel de bijzinnen problematisch, maar niet de hoofdzin-
nen; deze zijn assertorisch. Daar nu een volzin, gelijk op blz. 56
en V. bewezen is, naar den hoofdzin, en niet naar de bijzinnen,
moet geclassificeerd worden, zoo volgt, dat de gezegde zinnen
ten onrechte als voorbeelden van problematische zinnen zijn aan-
gevoerd.