Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
71,
len, verschillende van die bij de modaliteit en de relatie der
zinnen; wij hebben hier dus inderdaad drie verschillende soort-
verdeelingen beschouwd.
Wat wij hier a priori bewezen hebben, kan ook a posteriori
aangetoond worden. Het is bekend, dat in eene goede lo-
gische verdeeling de eene soort de andere uitsluit: formae
sint repugnantes, dat wil zeggen: een en hetzelfde voorwerp
kan niet te gelijk tot twee soorten van dezelfde verdee-
ling behooren. Heeft dit evenwel plaats, dan bewijst zulks,
dat men niet met slechts ééne, maar met twee of meer ver-
deelingen te doen heeft. Dat b. v. de verdeeling der menschen
in rijhe, gezonde, Irave, arme en zieke, niet deugt, blijkt onder
andere ook daaruit, dat iemand te gelijk rijk, braaf en ziek
kan wezen. De vereeniging van deze drie hoedanigheden in een
enkel individu bewijst, dat hier drie verdeelingen te zamen ge-
nomen zijn. Zoodanig eene vereeniging van vier verschillende
kenmerken treft men b. v. aan in den zin: Indien twee hoeken
van eenen driehoek gelijk zijn, dan moet die driehoek of
g elijkheenig of g elij kzij dig wezen, hetwelk te gelijk
een positieve, hypothetische, apodictische en disjunctieve zin is.
Waarschijnlijk zal het den ongeoefenden lezer niet onwelkom
zijn, hier eenige voorbeelden aan te treflen, waarop de laatst
behandelde drievoudige onderscheiding is toegepast; wij zullen
er daarom hier eenige laten volgen, waarbij men in aanmerking
gelieve te nemen, dat de qualificatie alleen op het breeder ge-
drukte gedeelte der zamengestelde volzinnen, d. i. op de hoofd-
zinnen, betrekking heeft.
Ik ga dezen middag wandelen. — assert, categ. con-
junct. zin.
Ik ga dezen middag wandelen of rijden. —assert,
categ. disjunct, zin.
Ik ga waar schijnlijk wandelen. — problem, categ.
conjunct, zin.