Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
68,
zamen genomen alle mogelijke zinnen omvattende. Wij zullen
echter zien, dat hier nog twee verdeelingen, op twee verschil-
lende grondslagen berustende, plaats vinden; dat hypothetisch
tegenover categorisch staat, en dat het tegenovergestelde van
disjunctie/ veelal voorbijgezien wordt. Beschouwen wij eerst de
categorische en hypothetische ziiraen.
In alle mogelijke zinnen, hoedanig zij ook zijn mogen, hoofd-
of bijzinnen, stellingen of vragen, problematisch, assertorisch
of apodictisch, geschiedt de verbinding of scheiding van sub-
ject en predicaat bf onvoorwaardelijk, bf op de eene of andere
voorwaarde. Wanneer de verbinding of scheiding onvoorwaarde-
lijk plaats heeft, heet de zm categorisch, g&W^h.v:. Ik zal hetu
zeggen. Hij komt niet. De stralen van eenen cirkel zijn gelijk.
Wanneer echter de bevestiging of ontkenning van eene voor-
waarde afhankelijk gesteld wordt, dan noemt men den zin hy-
pothetisch, b. v.: Indien gij belooft te zwijgen, zal ik het u
zeggen. Wanneer twee zijden van een driehoek gelijk zijn,
dan zijn ook de overstaande hoeken gelijk. Is de
fignur geen cirkel, dan zijn de stralen niet gelijk.
De hypothetische volzinnen bestaan gewoonlijk uit twee zin-
nen: uit eenen hoofdzin en eenen bijzin. De hoofdzin, bevat de
eigentlijke hypothetische gedachte en heet apodosis. In de bo-
ven bijgebrachte voorbeelden zijn: Ik zal het u zeggen. Be
twee hoeken, zijn gelijk. Be stralen zijn niet gelijk, de apo-
doses. De bijzin, die in eenen hypothetischen volzin voorkomt,
heet protasis, en drukt de voorwaarde uit, waarvan de verbin-
ding van het subject met het predicaat afhankelijk gesteld wordt:
Indien gij belooft te zwijgen. Wanneer de zijden gelijk zijn.
Wanneer de figuur geen cirkel is. Maar de voorwaarde kan
soms door eene bepaling worden uitgedrukt, en dit verandert
natuurlijk den aard van den zin niet; hij is en blijft daarom niet
minder hypothetisch: Bij leven en welzijn kom ik. Ben driehoek
heeft bij gelijke zijden gelijke hoeken. Ik stel hier het komen