Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
64,
sische, moreele en logische mogelijkheid en noodzakelijkheid
bestaat, dan zal men ook inzien, dat de Logische Analyse
slechts met logische mogelijkheid en noodzakelijkheid te doen
heeft. Zij heeft immers de zinnen te onderscheiden naar de
koppeling, niet naar het predicaat; en het is alleen de logi-
sche mogelijkheid of noodzakelijkheid, de mogelijkheid of
noodzakelijkheid van iets te denken, die op de koppeling in-
vloed heeft, terwijl de physische en moreele mogelijkheid en
noodzakelijkheid geheel binnen den omvang der predicaten blij-
ven. Zegt men, b. v.: Hij gaat misschien op reis. Het ge-
heel is noodwendig grooter dan één van zijne deelen, dan
geeft men te verstaan, dat men denken kan, dat hij op reis
gaat, en dat men onmogelijk anders denken kan, dan dat een
geheel grooter is dan één van zijne deelen; misschien en
noodwendig betreffen dan de wijze van denken, de koppe-
ling, en behooren niet bij de predicaten op reis gaan en groo-
ter. Zegt men daarentegen: Dit jongetje kan lief zingen (pbys.
mogel.). Alle menschen moeten sterven (phys. noodzak.), dan
maken lief kunnen, zingen en moeten sterven de predicaten
uit, en kunnen en moeten behooren niet tot de koppeling. Pro-
blematische zinnen drukken derhalve logische mogelijkheid,
en apodictische logische noodzakelijkheid uit.
Dat een zin problematisch is, kan op twee wijzen worden
uitgedrukt. Vooreerst in zin den zei ven door de modale bijwoorden
mogelijk, misschien, wellicht, waarschijnlijk, b. v.: Hij komt,
mog elijk,misschien,wellicht of tv aar s chijnlij k nog;
of door het werkwoord kunnen: Hij kan nog komen. Ten
tweede, niet in den problematischen zin zeiven, maar door
eenen hoofdzin. De problematische is dan een bijzin, en de
hoofdzin assertorisch; b. v. Het is mogelijk, waarschijnlijk,
aannemelijk of te denken (assert. hoofdz.), dat hij nog komt
(problem. bijzin). Evenzoo is het met de apodictische zinnen
gelegen. Men treft in den apodictischen zin zeiven de bij-