Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
59,
Alles wat werkelijk is, is het noodwendige gevolg van ééne
of meer oorzaken; wat bestaat, bestaat noodwendig, en is nood-
wendig zóó, als het is; niets is door toeval. In de meeste ge-
vallen echter zijn de oorzaken, waardoor iets te weeg gebracht
is of wordt, den mensch onbekend of onverschillig. Veelal dus
vergenoegt hij zich, of moet hij zich wel vergenoegen, met de
erkenning van het bestaan, zonder de oorzaken te zien of na
te sporen. Doorgaans derhalve blijven zijne gedachten bij het
erkennen der werkelijkheid, en blijven zijne oordeelen asserto-
risch. Maar komt hij tot het inzicht, dat iets noodwendig be-
staat, juist zóó zijn moet, als het is, dan bevat zijne gedachte
noodwendigheid, en de zin, waarin zoodanig eene gedachte is
uitgedrukt, heet apodictisch. Apodictische zinnen of oordeelen
zijn derhalve de volgende: a (die meer verteert dan zijn inko-
men bedraagt) moet schulden maken. Een geheel is grooter dan
één van zijne deelen.
Het onderscheid tusschen problematische, assertorische en apo-
dictische zinnen bestaat derhalve in hunne verschillende ver-
houding tot de werkelijkheid-, problematische zinnen of oordeelen
geven slechts te kennen, dat hunne overeenkomst met de wer-
kelijkheid mogelijk is; assertorische, dat die overeenkomst wer-
kelijk plaats heeft; apodictische, dat die overeenkomst nood-
wendig moet plaats hebben. Wil men hunne natuur kortheids-
halve met een enkel woord aanduiden, dan kan men zeggen:
problematische zinnen bevatten volgens de meening van den
spreker mogelijkheid, assertorische evenzoo werkelijk-
heid, apodictische noodwendigheid.
De begrippen van mogelijkheid, werkelijkheid en noodwen-
digheid maken eene volledige en welgeordende logische reeks
uit. Volledig, omdat er buiten deze drie geene andere gelijk-
soortige begrippen denkbaar zijn; en wel geordend, omdat ieder
begrip telkens het voorgaande in zich bevat en onderstelt.
Immers, wat werkelijk bestaat, is ook mogelijk, en wat