Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
58,
soortverdeeling te gelijk en door elkander behandelt. Wij zullen
dit thans moeten bewijzen, door de soorten, die bijeen behoo-
ren, ook gezamentlijk te beschouwen, en telkens den grondslag
der verdeeling op te geven. Wij willen evenwel niet beslissen,
of de heer eoohda aan ééne, twee of drie verdeelingen heeft
gedacht, hetgeen misschien moeilijk uit te maken zou zijn,
dewijl Z. H. G. niet goed gevonden heeft den grondslag of de
grondslagen zijner verdeeling of verdeelingen op te geven.
Eene gedachte kan de uitkomst zijn van eene waarneming,
die men op het oogenblik van het denken doet, of vroeger ge-
daan heeft: De kagchel is iiït. Het woei gisteren sterk; bf een
resultaat, uit wettige redeneringen getrokken: Uit dit alles
blijkt, dat hij eerlijk is; bf zij kan de voorstelling wezen van
iets, dat nog wel niet is, maar dat, als toekomstig zijnde, ver-
wacht wordt: Hij gaat morgen op reis. Wij zullen stellig te
laat komen. In die gevallen beantwoorden de gedachten aan de
werkelijkheid, zijn waar- de spreker stelt ze althans voor, als
of hij ze voor waar houdt. De zinnen nu, waarin de spreker
te verstaan geeft, dat hij de gedachte voor waar houdt, noemt
men assertorische zinnen of assertorische oordeelen.
Maar men kan zich ook iets voorstellen, waarvan men niet
kan of durft verzekeren, dat het is of zijn zal, doch evenmin
het tegendeel: z vertrekt mogelijk heden al. Onze vriend lag
dezen morgen reeds op zijn uiterste; hij is misschien nu
al dood. Hier bepaalt de spreker niet, of Z werkelijk nog
heden vertrekken zal, of zijn vriend werkelijk al dood is,
maar er bestaan ook geene redenen om het tegenovergestelde te
denken; hij geeft daarom te kennen, dat hij een en ander voor
mogelijk houdt. Zinnen, welke zoodanige gedachten bevatten,
waaromtrent niet beslist wordt, of zij al of niet met de werke-
lijkheid overeenkomen, maar die de overeenkomst met de wer-
kelijkheid slechts als mogelijk voorstellen, noemt men proble-
matische zinnen of problematische oordeelen.