Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
51,
'/ ling der mogelijkheid, dat men zoo iets zou kunnen stellen,
//daar men het voor niet denkbaar of niet te denken houdt,
// omdat het niet overeenstemt met de meening of overtuiging,
//die men reeds heeft; b. v. als men vraagt: Heb ik % dat
// aangeraden? Heb ik er u niet voor gewaarschuwdT'' Hier
worden meening en overtuiging nagenoeg gelijkgesteld;
ten minste het groote verschil, dat zij in den vragenden zin
veroorzaken, wordt niet duidelijk of liever in het geheel niet
aangetoond. Heeft men slechts de // meening", dat men iets niet
aangeraden, of dat men iemand gewaarschuwd heeft, is men er
niet zeker van, dan zijn de bijgebrachte vragen twijfelend:
He! vergis ik mij zoo, heb ik u dat waarlijk aangeraden?
Heb ik er u niet voor gewaarschuwd? Maar bestaat de vaste
// overtuiging", dan ontstaan de o n e i g e n 11 ij k e vragen: Heb ik
u dat aangeraden? Hoe durft ge dat zeggen! Heb ik % niet
integendeel gewaarschuwd? Kunt ge dat ontkennen? Dat
Schrijver de oneigentlijke vragen op het oog heeft ge-
had, blijkt uit hetgeen volgt: //De zin van zulk een vraag is
//dus, dat men het zich niet anders kan voorstellen, of het te-
// gendeel moet gesteld worden". De zin van zulk //een vraag" is
dus eene stellige verklaring van onze sterkste overtuiging, van
de onmogelijkheid om anders te denken; het is derhalve geene
eigentlijke vraag.
Voor wij de vragen verlaten, moeten wij nog eene bepaling
van deze soort van zinnen geven, en dit verschaft ons tevens
de geschiktste gelegenheid om ook de oordeelen te definiëren
en door vergelijking daarmede het wezen der vragen behoorlijk
in het licht te stellen.
Een oordeel is eene gedachte, waaromtrent wij meenen, dat
de verbinding of scheiding der beide voorstellingen, die
het onderwerp en het gezegde uitmaken, aan de werkelijkheid
beantwoordt.
Een zin, die een oordeel bevat, zelf insgelijks oordeel, en