Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
het subject, het predicaat en de copula, die in alle
gedachten zijn op te merken, nergens behoorlijk onder-
scheidt. De zoo even aangehaalde woorden; //de zin qf hetee-
»nis van eenen zin ligt deels in de woorden, waarin de zin
//wordt uitgedrukt, deels in de wijze van uitdrukking^, doen
aan slechts twee elementen denken: aan de woorden en aan de
wijze van uitdrukking, door den Schrijver modaliteit genoemd,
en wij hebben gezien, dat het onmogelijk is uit die verdeeling
op te maken, waarin n de wijze van uitdrukking''' bestaat, al
roepen wij ook de straks volgende verklaring van het woord
modaliteit te hulp. Later op blz. 44, nadat Schrijver //de mo-
daliteit" der zinnen heeft afgehandeld, en tot de «ontleding
van den zin zelf' overgaat, worden wederom slechts twee
elementen of deelen opgenoemd: //Een zinTbestaat gewoonlijk
// uit twee deelen, uit een subject of onderwerp — en een pré-
ndicaat of gezegd^\ Door gewoonlijk'" wordt aangeduid, niet
dat er soms nog een derde hoofdbestanddeel voorkomt, maar
omgekeerd, dat een der twee genoemde, het subject, dikwijls
ontbreekt. Dit blijkt onder andere op blz. 47: //in het Hol-
//landsch wordt in zulk een zin, wanneer mw. objectief sT^ieêat'',
dat is, wanneer de zin in het passivum staat, // volstrekt geen
"object als onderwerp van het gezegde vereischt, — Hr wordt
// aan de deur geklopt; Er wordt gevochten; Er wordt gedans(\
Nergens is sprake van die verrichting van den geest, die on-
derwerp en gezegde, substantie en accident, tot ééne gedachte
vereenigt, en welke bij gebrek aan een beter woord het best
koppeling genoemd wordt. Wanneer men denkt, b. v.: Be zon
schijnt, dan stelt men zich wel is waar achtereenvolgens het
beeld eener zelfstandigheid, de zon, en het begrip van eene
werking, het schijnen, voor den geest; maar dit achtereen-
volgende voorstellen alleen maakt nog geene gedachte uit; even-
min als het bloote noemen der twee voorstellingen, het uitspre-
ken van de woorden zon en schijnen of schijnt, eenen zin op-