Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
het geheel), dan zal n de zin" of beteekenis van eenen zin moeten
gelegen zijn in de woorden, waaruit de zin bestaat, ^Zas, of lie-
ver maal, al het overige, wat in den zin op te merken valt.
Dit overige is strikt genomen niets anders dan de constructie of
volgorde der woorden en de toon, waarop de zin uitgesproken
of gelezen wordt. Men zou dit, des noods, door de volgende
formule kunnen uitdrukken:
Beteek. v. d. zin = (Woorden) x (Constructie Toon).
Dat Schrijver echter door nwijze van uitdrukking'" meer wil
verstaan hebben dan de Constructie en den Toon, waarvan in het
geheel niet gesproken wordt, blijkt uit het geheele Eerste
Hoofddeel, en uit hetgeen op de zoo even aangehaalde woorden
terstond volgt: //Over den onderscheidenen zin der woorden
'/zal later gehandeld worden, wanneer wij in de ontleding tot
//de enkele woorden zullen gekomen zijn; hier over het onder-
D scheid der zinnen in zin of beteekenis, overeenkomstig de bij-
//zondere wijze, waarop een zin der gedachten wordt uitgedrukt,
"en die met een kunstwoord modaliteit genoemd wordt, van
/'het latijnsche woord modus (in het Eransch mode), dat is joys
//of wijze, waarmee men in de Grammatica eenige van die ver-
'/schillende wijzen van uitdrukking, zooals den modus impera-
ntivus of, gebiedende wijs gewoon is te noemen. Deze moda-
"liteit heeft zijn grond in 'smenschen ziel, en wel of in het
nvoorstellings- of denk-vermogen, bf in gevoel oïgewaarwor-
n d'ings-vermogen, bf eindelijk in den wiV Daar nu de hier opgege-
vene onderscheidingen — gedeeltelijk althans — door vormen
der werkwoorden, door de zoogenoemde modusvormen, den indi-
cativus, imperativus, subjunctivus en conditionalis, uitgedrukt
worden, zoo volgt, dat de nwijze van mtdrukking'", behalve
in de constructie en den toon, ook moet gezocht worden in de
3