Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page

predicaat onvoorwaardelijk aan het subject toegekend, in
andere slechts onder zeker beding. Nu eens wordt de mo-
gelijkheid, dan eens de noodzakelijkheid van het ver-
band tusschen het onderwerp en het gezegde te kennen gege-
ven, in andere gevallen wordt die zamenhang eenvoudig verze-
kerd. Al deze verschillende nuances der gedachten leveren
even zoo veel verschillende soorten van zinnen op. Leest men
den //Inhoud" van het eerste //Hoofddeel" door, dan bevindt
men inderdaad, dat Schrijver deze hoofdbetrekkingen, die soms
weder voor onderverdeelingen vatbaar zijn, als grondslagen van
zijne verdeelingen heeft aangenomen, maar wij meenen in twij-
fel te moeten trekken, of zulks wel in het rechte licht gesteld
is, door al de grondslagen der verdeelingen met den éénen naam
van modaliteit te bestempelen. Vooreerst toch verkrijgt de leerling
daardoor een verkeerd begrip van hetgeen men gewoonlijk door mo-
daliteit verstaat, en in de tweede plaats wordt het verkrijgen
van een duidelijk inzicht in de onderscheidene, op verschil-
lende fundamenten berustende, soortverdeelingen daardoor noo-
deloos bemoeilijkt, voor velen misschien onmogelijk gemaakt.
Reeds wat Schrijver door modaliteit wil verstaan hebben, is
niet alleen niet duidelijk, maar zelfs scheef en verkeerd opge-
geven. Op blz. 8 leest men: //Een zin is een in woorden uit-
ngedrukte zin der gedachten, en de zin of beteekenis van zulk
//een zin ligt deels in de woorden, waarin de zin wordt uitge-
//drukt, deels in de wijze van uitdrtikking''\ en deze //wijze
van uitdrukking'''' wordt straks //modaliteit genoemd Het
schijnt misschien klaar en duidelijk te zijn, wat men door de
loijze van uitdrukking en dus door modaliteit te verstaan heeft,
maar op de keper beschouwd, is het zulks volstrekt niet. In-
dien namelijk de verdeeling: //de beteekenis van den zin ligt
//deels in de woorden, deels in de wijze van uitdrukking",vol-
ledig is, en voldoet aan den regel der logische partitio: //partes
debent aequare totum" (de som der deelen moet gelijk zijn aan