Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
lingen verbonden zijn, hebben gevonden, die uitdrukken, wat
in ons omgaat, dan hebben wij ons eene meer of min volledige
en juiste gedachte gevormd.
De nzin der gedachten!'' is dus zelf eene gedachte, en de de-
finitie van den heer roorda komt derhalve hierop neder: Jien
zin is de uitdrukking van de gedachte der gedacht en,
of van de gedachte, die in de gedachten ligt opgesloten.
Waarin het onderscheid tusschen de gedachte der gedachten en
de gedachten eigentlijk bestaat, en wat gedachten zijn in onder-
scheiding van het //gevoel van den denkenden geesC\ hetwelk
onder woorden gebracht en dus tot den vorm eener gedachte
herleid, //een zin' heet, weten wij niet, omdat de heer roorda
niet goed gevonden heeft zulks nader te verklaren. Wij zullen
geene pogingen aanwenden om den sluijer op te lichten, die
het geheim bedekt; maar wij vragen, of hij, die niet aan den
klank der woorden blijft hangen, maar er heldere begrippen aan
tracht te verbinden, niet geneigd zal zijn om, de niet zeer hel-
dere opheldering van den schrijver daarlatende, door den //zin
der gedachten!'' de gedachte in haren streng logischen vorm in
tegenoverstelling van den werkelijk uitgedruMen vorm te ver-
staan, en daarmede den waren aard van den zin in het bij-
zonder en van de Taal in het algemeen te miskennen. Dat
schrijver zelf dit somtijds doet, zal het vervolg leeren. — In
het voorbijgaan geeft de heer roorda nog eene verklaring van
hetgeen men door het verstaan van een woord of tdtdruhkïng
te verstaan heeft. //Den zin van een woord of uitdrukking ver-
//staan wil ook niets anders zeggen, dan de beteekenis er van
//voelen. Zoo zegt men ook bij voorbeeld: Ja, ik voel wel,
//loat gij meent (of bedoelt, of zeggen wilt)" Wij hadden tot
nog toe gemeend, dat men deze uitdrukkingen juist bezigde,
wanneer men iemands woorden niet recht verstaan had, maar
ze eerst begon te begrijpen, hetzij dat hij zich onduidelijk
uitdrukte, hetzij dat hij nog niet had uitgesproken. Wan-