Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
den daarom de aangehaalde woorden met stilzwijgen zijn voorbij
gegaan, indien er niet straks nog iets volgde, dat nieuwe re-
den tot ongerustheid geeft. De onderwijzer namelijk heeft ge-
leerd, dat er tweederlei analyse is, eene logische en etrvQgram-
maticale, en nu wordt op blz. 5 eene geheel ongewone definitie
van de Grammaticale Ontleding gegeven, die het classificeren
der woorden schijnt buiten te sluiten. //De grondbestanddeelen
//der rede, de woorden, zijn echter ook weer vatbaar voor ont-
//leding; indien het namelijk geen grondwoorden, maar zamen-
ngestelde, afgeleide of verlogene woorden zijn; en dan be-
//staat de ontleding in de onderscheidene aanwijzing, hoe een
//woord zamengesteld, afgeleid of verbogen is, en dus in de
//analyse van den grammatischen vorm der woorden. Dit noemt
//men dan grammatische of grammaticale analyse in tegenstel-
//ling van de logische analyse, of in goed Hollandsch uooord-
nontleding in onderscheiding van redeontleding^ Hier wordt
dus iets anders beschreven, dan hetgeen men gewoonlijk door
grammaticale analyse of partes mahen verstaat; bf, zoo dit
werkelijk daaronder begrepen wordt, dan mag de beschrijving
gebrekkig heeten, dewijl het voornaamste en nuttigste, het
brengen van ieder woord onder zijne soort en ondersoorten,
niet vermeld wordt. En toch, wie zal de noodzakelijkheid van
deze oefeningen durven ontkennen? Immers, wat beteekent
het, indien men, op de gewone wijze analyserende, b. v. ach-
ter het woord schepsel, het volgende schrijft: 1®'® naamv. van het
sterke, onzijdige, gemeene zelfst. naamw. schepsel"^ Beteekent
dit niet met korte woorden: Ik erken in het woord schepsel
een woord, dat het begrip van eene zelfstandigheid vertegen-
woordigt en dus al de eigenschappen heeft, aan zoodanige
woorden eigen; het behoort tot die ondersoort van substantie-
ven, die men onzijdige noemt, en waaraan die en die hoeda-
nigheden verbonden zijn; het wordt, sterh zijnde, dus en dus
verbogen, het heeft dezen vorm, omdat het, als onderwerp van