Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
van beschouwing voor de Logische Analyse uit, maar niet voor de
Logica. Hoewel de Logische Analyse niet zoo noodzakelijk en be-
langrijk als de Logica is, zoo is evenwel het veld harer beschou-
wingen veel uitgestrekter. De Logische Analyse onderzoekt niet,
gelijk de Logica, of het gedachte yw?«^ gedacht, of het oordeel
waar of valsch is, maar zij vraagt naar den vorm, dien de
schrijver of spreker aan zijne gedachte geeft, en hoe hij ze in
woorden heeft ingekleed. Zij zoekt wel in zijnen geest in te
dringen, en uit te vorsehen, wat hij heeft gedacht, doch alleen
om na te gaan, hoe hij dat uitdrukt; of het waarheid behelst,
gaat haar niet aan. Maar zij heeft daarentegen allerlei gedach-
ten te behandelen. Niet alleen oordeelen of stellingen heeft zij
te beoordeelen en onder klassen te brengen, ook vragen, on-
derstellingen, uitroepen, wenschen, verzoeJcen, toelatingen, als-
mede de wijze, waarop al deze verschillende soorten van gedachten
in woorden uitgedrukt zijn. Houdt men dit in het oog, dan
ziet men, dat de kunstuitdrukkingen der Logica voor de Lo-
gische Analyse niet toereikende zijn, omdat deze veel meer en
veel fijnere onderscheidingen te maken heeft ; maar men zal ook
beseffen, dat er gevallen bestaan, waarin de redeontleding, die
op den vorm te letten heeft, anders classificeert, dan de Logica,
die het om den zin der stelling te doen is. Een voorbeeld zal
dienen om dit op te helderen. De beide volgende volzinnen:
Het is zeer waarschijnlijk, dat de beschuldigde de misdaad
gepleegd heeft, en: De beschuldigde heeft naar alle waar-
schijnlijkheid de misdaad gepleegd, hebben denzelfden logischen
zin, behooren voor de Logica tot ééne en dezelfde soort van
oordeelen; beide zijn voor haar problematisch, d. i. zij drukken
beide niet meer dan eene mogelijkheid, ^eene zekerheid mi. Doch
de Logische Analyse merkt in den eersten volzin twee onderschei-
dene zinnen op, vooreerst den hoofdzin: Het is waarschijnlijk,
die voor haar assertorisch, verzekerend is, dewijl hij stellig
verzekert, dat iets waarschijnlijk is, en vervolgens den bijzin: