Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
logie en Logica als aan die der Grammatica kan aanbrengen;
maar wij zeggen geenszins met den heer eoorda, op blz. XII,
nAls vak van wetenschap is de Logische Analyse der taal de
//Logica voor den taalonderwijzer en voor alle weie7ischappe-
//lijke beoefenaars van talen'' De beoefenaars en vooral de
onderwijzers van talen moeten niet minder juist en regelmatig
denken dan de beoefenaars van iedere andere wetenschap, en dit
laatste, het logisch denken, leert alleen de Logica zelve, niet
de Logische Analyse, die zich met allerlei gedachten bezig houdt,
ook met dezulke, waarmede de Logica zich niet rechtstreeks be-
moeit. Alle denken geschiedt volgens natuurwetten, ook het
onregelmatigste en buitensporigste; even als alle, zelfs de mon-
sterachtigste , misgewassen en misgeboorten volgens natuurwetten
ontstaan. Die algemeene natuurwetten voor het denken leert de
Psychologie kennen, wier taak het is alle verschijnselen van
het zieleleven, ook het denkvermogen en zijne voortbrengselen,
de aanschouwingen, voorstellingen, begrippen en gedachten te
beschouwen en hun ontstaan te verklaren; maar er is een bij-
zonder denken, het logische denken, welks bijzondere wetten
zij aan eene afzonderlijke wetenschap, de Logica, ter behande-
ling overlaat. Het is van het hoogste belang dit logische den-
ken van het gewone, het denken in het algemeen, te onder-
scheiden, en dan blijkt tevens het groote verschil tusschen de
Logica en de Logische Analyse. Al ons weten, al onze kennis
heeft tweederlei oorsprong. Een klein gedeelte hebben wij door waar-
neming met onzezinnen verkregen ; al het overige is de uitkomst van
denhen over liet zinnelijk waargenomene. Dit bijzondere, logische
denken is derhalve eene bewerking, waaraan onze geest het waarge-
nomene onderwerpt, waardoor hij die waarnemingen tot zijn blijvend
eigendom maakt, er nieuwe kennis uit put, en zoo zijn weten
vermeerdert. Dit denken geschiedt geheel en al in den vorm van
oordeelen of stellingen. Door oordeelen alleen vormen wij ons
begrippen, brengen wij het wezen, de eigenschappen en onder-