Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
het geval, wauneer men eenige vaardigheid verkregen heeft en
in de uitvoering niet ongelukkig is. Voor den kraehtigen, ge-
spierden man is de gymnastiek, voor den schilder het schilde-
ren, voor den redenaar het spreken, voor den toonkunstenaar
het uitvoeren van een muziekstuk eene aangename bezigheid.
Evenzoo voor den denker het denken. Het vinden eener waar-
heid, die met onze vroeger verkregen kennis in een naauw verband
staat, haar aanvult of verbetert, ons op een hooger standpunt
plaatst en onzen blik verruimt, is een waar genot. Van hoe
algemeener toepassing de verworvene kennis is, hoe grooter de
moeilijkheden waren, die men overwonnen heeft, des te groo-
ter de zelfvoldoening. En kan er eene wetenschap bedacht
worden, die van algemeener toepassing is dan de Logica, welke
haren schepter voert over alle mogelijke vakken van mensche-
lijke kennis, wier wetten geen leeraar van eenige weten-
schap, hoe ook genaamd, ongestraft heeft overtreden? De be-
oefening der Logica kost inspanning; wie zijne aandacht niet
van de buitenwereld kan aftrekken, geheel in zich zeiven kee-
ren, alleen hetgeen in zijnen geest voorvalt, beschouwen, vast-
houden , van alle kanten bezien en ontleden, die zal nooit groote
vorderingen in de Logica maken. Maar groot is dan ook de
voldoening, die men smaakt, wanneer men na vele vergeefsche
pogingen eenen stap is vooruitgegaan, de noodwendigheid
eener waarheid heeft ingezien, en het schijnbaar onbegrijpelijke
begrepen heeft. Men gevoelt dan duidelijk, dat men sterker is
geworden. Neen, de Logica is niet dor en onvruchtbaar, niet
droog en vervelend voor dengene, die de hooge waarde van haar
onderricht inziet, ontwikkeld genoeg is om het te begrijpen
en toe te passen, en moed en kracht van ziel genoeg heeft
om de wat stroeve leermeesteres onder de oogen te durven zien.
Op die hoogte bevindt men zich op jeugdigen leeftijd nog niet.
Men moet onderwezen of aan den opbouw eener wetenschap
gearbeid, de noodzakelijkheid der Logica bij zich zei ven of bij