Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
gica, noch kan zij deze bij iemand, wie ook, vervangen. En
toch, dit schijnt een der lievelingsdenkbeelden van den heer
rooeda te zijn. n Als vak van wetenschap," heet het op blz.
XII, nis de Logische analyse der taal de Logica voor den
n taalonderwijzer en voor alle wetenschappelijke beoefenaars
nvan talen. En, wat in deze Logica geleerd wordt van datgeen,
tl wat gewoonlijk het onderwerp der Logica uitmaakt, zoo als die
'/hij het hooger onderwijs aan de hoogescholen geleerd wordt;
»dat kan in deze laatste veilig achterioegen blijven. JFant dat
nis het juist, wat deze laatste, gelijk zij veelal behandeld
n wordt, zóó dor en droog en vervelend maakt, dat het waarlijk
nde studenten wel half te vergeven is, als zij den professor
nspoedig alleen latend Wat uit de Logica kan wegblijven,
is niet zoo duidelijk, als misschien wtI schijnt; maar dit blijkt
duidelijk genoeg, dat de heer roorda met de Logica niet veel
op heeft. Op blz. XIV lezen wij nog eens: »maar dit heeft
nniet kunnen verhinderen, dat zij [de Logica] altijd dor en
ndrong en vervelend bevonden is, nog erger dan te voren.'"' Wij
verzoeken den lezer van deze woorden nota te nemen ; zij kun-
nen misschien later strekken om eenige zonden tegen de voor-
schriften der Logica te verklaren. Dat jonge lieden in hun eerste
en tweede studiejaar zulk een oordeel uitspreken over eene we-
tenschap, wier beoefening ongewone inspanning van het denk-
vermogen vereischt, is niet meer dan natuurlijk en hun wel te
vergeven. In hunnen mond luiden die epitheta dan ook beter
dan eene huichelachtige verklaring, dat de Logica onderhoudend
en vermakelijk is. Maar het oordeel over het meer of minder
aangename van de beoefening eener wetenschap is geheel sub-
jectief, treft niet de wetenschap zelve," maar haren beoordee-
laar; het is een oordeel, dat hij over zich zeiven uitspreekt.
Elke aanwending en oefening van onze vermogens is aangenaam,
mits zij met onzen aanleg en ontwikkeling strookt, niet te lang
duurt, en geene te groote inspanning vereischt. Vooral is zulks