Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
voorkomend geval zonder moeite en met juistheid te kunnen
toepassen.
Is deze omschrijving der Logische Analyse juist, dan volgt,
dat zij niet hetzelfde is als de Algemeene of Philosophische
Grammatica. Vooreerst spreekt het van zelf, dat de practische
oefeningen in het ontleden niet tot de wetenschap zelve te bren-
gen zijn. Alleen de theorie der analyse behoort tot het gebied
eener wetenschap, maar zij maakt slechts een gedeelte, hoewel
het voornaamste en vruchtbaarste gedeelte, der algemeene Gram-
matica uit. Het eigentlijke wezen van spraak en schrift; het
verband tusschen voorstelling en spraakgeluid, tusschen gedachte
en zin, tusschen gesproken en geschreven woord; de invloed
van het schrift op de spraak; de natuur en soorten der spraak-
geluiden; hunne wederzijdsche werking op elkander; de wijzigin-
gen en verwisselingen, waarvoor zij vatbaar zijn; de wijze,
waarop de woorden ontstaan, van elkander worden afgeleid, za-
mengevoegd en verbogen; de wetten, volgens welke hun vorm
en hunne beteekenis in den loop der tijden verandert: dit alles
zijn zaken, die wel degelijk voor eene philosophische beschou-
wing vatbaar zijn, vermits zij uit de natuur van den mensche-
lijken geest en de inrichting der spraakwerktuigen moeten ver-
klaard kunnen worden. De beschouwing van dat alles behoort
dus mede tot de Algemeene Grammatica, ofschoon de Logische
Analyse er volstrekt niets mede te maken heeft. En, indien er
ook al talen zijn, die sommige letterklanken missen, of andere,
die de woorden niet zamenstellen of niet verbuigen, zulks ver-
hindert niet, dat er eene algemeene theorie der spraakgeluiden,
der afleiding; en der woordverbuiging bestaan kan evenmin als
het iets afneemt van het algemeene nut der Logische Analyse,
dat sommige talen geene lidwoorden en andere geene eigentlijke
bijzinnen hebben. Wij herhalen dus, wat wij boven hebben ge-
zegd: de Logische Analyse is niet de Algemeene of Philoso-
phische Grammatica; de theorie van het ontleden maakt er