Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
lyseerd hebben, dan weten wij, wat de schrijver of spreker
gedacht heeft, en welk aandeel iedere zin en ieder woord,
door hein gebezigd, aan de uitdrukking der gedachte heeft
toegebracht. Oppervlakkig beschouwd is dit niet veel. Menig-
werf zijn de gedachten, vervat in de zinnen, die men ont-
leedt, al die moeite niet waardig; nog minder is er dus aan gele-
gen te weten, in hoeverre ieder woord aan de uiting der ge-
dachte heeft medegewerkt. Zal dus het analyseren geen ijdel
werk zijn, dan moet er wel een hooger doel bestaan, dat men
daarmede tracht te bereiken, en dit is ongetwijfeld de kennis
van de soorten der voorstellingen en gedachten, en van de kracht
en het gebruik der woorden en zinnen in het algemeen. Die
kennis is niet gemakkelijk te verkrijgen; zij kost geene geringe
inspanning van het denkvermogen. Alleen door herhaalde toe-
passing worden de bepalingen, waarin die kennis als het ware
nedergelegd is, klaar en duidelijk, en het is het veïkrijgen van
heldere denkbeelden hieromtrent, wat men met het analyseren
beoogt. Buitendien kan de kracht of beteekenis van een woord
alleen gekend worden, wanneer men het in betrekking met an-
dere, tot eenen zin verbondene, woorden beschouwt.
Uit het aangevoerde volgt, dat het ontleden eene dubbele
strekking heeft: het bevordert de kennis van het denkvermogen
en zijne wer hingen en die van de spraak en haar gelruih; het
verlicht de taak der Zielkunde zoowel als die der Taalkunde.
De vraag is: wat moet bij het ontleden op den voorgrond
staan, de Psychologie of de Grammatica ? Het antwoord wordt
natuurlijk gegeven door het doel, dat men zich met het ont-
leden voor oogen stelt, en dit kan voor ons niet twijfelach-
tig wezen. De Taalkeunis bevredigt meer dadelijke behoeften,
dan de Zielkunde. Voor de Taalkennis is dus in de eerste
plaats te zorgen; en zeker geschiedt het analyseren in de scho-
len alleen met het doel om den leerling met die begrippen en
onderscheidingen gemeenzaam te maken, die hij bij het beoefe-